Is de huidige energieprijs te duur of te goedkoop?

 

Afhankelijk aan wie de vraag gesteld wordt, klinkt het antwoord zeer verschillend.

 

Een eerste zeer belangrijke nuance is wat men verstaat onder ‘energieprijs’.

 

Consumenten kijken vooral naar de totaalfactuur, producenten kijken enkel naar de effectiefe energiekost. Dat is het blauwe aandeel uit de taartdiagrammen hieronder.

 

verdeling componenten energiefactuur elektriciteit voor particulieren 2014 verdeling componenten energiefactuur elektriciteit voor industrie 2014

 

Hieronder licht ik een aantal standpunten toe, en doe ik een poging om ze te verenigen in 1 globaal beleidsvoorstel.

 

Onze energiefactuur is veel te hoog!

 

De meesten consumenten (zoals u en ik) zullen zeggen dat energie te duur is want facturen betalen is nooit leuk. Net als benzine en diesel hebben de elektriciteits- en gasprijzen wat ups en downs gekend in de geschiedenis, maar globaal gezien is er vooral een stijgende trend sinds het begin van de industriële revolutie.

 

Economisch gezien is dat eenvoudig te verklaren: we verbruiken met z’n allen steeds meer en dat heeft een opwaartse druk op de prijs. Hieronder zien we een grafiek van het stijgende energieverbruik per capita sinds 1820 (bron: theatlantic.com)

 

stijgende energieverbruik per capita sinds 1820

 

In het geval van elektriciteit is een minstens zo belangrijke component van de factuur de netkosten, die ook jaarlijks stijgen met een gemiddelde van grofweg 10% per jaar!

 

Als energie zo duur is, waarom blijven we dan massaal verbruiken?

 

Toch zien we ons verbruik niet drastisch dalen. Er is wel een bewustwording bij een deel van de bevolking – het licht moet uit wanneer je er niet bent – maar globaal gezien is dit slechts een druppel op een hete plaat. Wel wordt er meer geïnvesteerd in isolatie en duurzaamheid van de woningen, maar hoeveel procent onder ons zou dat doen als het niet verplicht was of niet stevig gesubsidieerd werd?

 

We blijven gretig energie verbruiken, op een niveau ver boven de draagkracht van onze planeet. Alle films à la Al Gore, klimaattoppen, natuurrampen en protestmarsen van Greenpeace ten spijt worden blijven we toch vrolijk verder verbruiken. Zo duur schijnen we die energie dan toch niet te vinden zeker?

 

Sturen door gericht te belasten.

 

Als we effectief een verandering in gedrag willen bewerkstelligen moet er veel gebeuren. Weinigen onder ons zijn bereid vrijwillig afstand te doen van comfort zolang we daar niet al teveel gevolgen van ondervinden. Als we dus een willen teweegbrengen moeten we geraakt worden waar het pijn doet: de portefeuille. En goede alternatieven en ondersteuning voor zij die niet geraakt willen worden.

 

Een oplossing kan zijn hogere taksen te heffen op het verbruik van gas en elektriciteit. Een sociale correctie zal ongetwijfeld nodig zijn om vooral de grootste verbruikers van gedrag te doen veranderen, en niet de armeren letterlijk en figuurlijk (nog meer) in de kou te zetten. Iets in de aard van een graduele stijging van de taksen op het verbruik zoals je loonbelasting: hoe meer je verbruikt, hoe zwaarder de belasting wordt. Zij die dan toch beslissen hun zwembad jaar in jaar uit op 30°  te houden zullen dankzij hun verhoogde belastingen de subsidies financieren van de armere gezinnen om energie te besparen. Sounds like a fair deal.

 

Voor de producenten is energie te goedkoop!

 

Een andere groep aan wie we de vraag kunnen stellen of energie te duur/ te goedkoop is zijn de producenten. Met de energieschaarste in het vooruitzicht wordt luider dan ooit de vraag gesteld wie instaat voor de leveringszekerheid in een vrijgemaakte markt. Er even vanuit gaande dat we de vrijmaking op korte termijn niet ongedaan maken moeten we werken met het bestaande principe: prijssturing.

 

In essentie komt het hierop neer: naarmate er meer stroom nodig is wordt de spotprijs(*) opgedreven. Elke producent kent zijn uitbatingskosten en beslist in functie van de spotprijs of zijn centrale zal produceren of niet. Stel dat een STEG-centrale (SToom En Gas) een kost heeft van 50€/MWh, dan zal de energieprijs boven 50€/MWh moeten stijgen alvorens de uitbater van de centrale beslist de centrale te doen draaien.

 

(*) de spotprijs is de korte termijn handelsprijs voor elektriciteit (en aardgas). Hij variëert voortdurend en wordt gestuurd door het mechanisme van vraag en aanbod, gestuurd door de evenwichtsverantwoordelijken van het Belgisch net.

 

De situatie die we vandaag kennen – waar omwille van de prioritaire positie van hernieuwbare energie de STEG-centrales (en andere) minder kunnen draaien dan toen ze ontworpen werden – zorgt ervoor dat zij onvoldoende kunnen draaien en dus gesloten worden wegens onrendabel. Gevolg: geen reserves en flexibiliteit meer en dus energieschaarste als een paar grote jongens (zoals Doel 3, Tihange 2 en Doel 4) er onverwachts uitgaan.

 

We kunnen daarvoor wel met de vinger naar de producenten wijzen, maar aangezien zij commerciële partijen zijn is het logisch dat zij hun winst boven het “maatschappelijk welzijn” plaatsen.

 

Het wegwerken van de schaarste kan op verschillende manieren:

 

  • De productiekost moet omlaag: nucleaire centrales en steenkool zijn dan aan de orde, maar die zijn dan weer het meest belastend voor het milieu
  • De energieprijs moet omhoog. Dat kan door belasting op vervuiling bijvoorbeeld

 

De Duitse mix: hernieuwbare energie en steenkoolcentrales

 

Kijken we naar Duitsland dan zien we dat er effectief uitgebreid gebruik wordt gemaakt van 3 types productie:

 

  • Hernieuwbare energie: zwaar gesubsidieerd waardoor de taksen zeer hoog liggen in Duitsland
  • Kerncentrales: die er sinds de ramp van Fukushima gradueel allemaal uitgaan
  • Steenkoolcentrales: die massaal worden bijgebouwd

 

Voor het milieu is dit een ramp, want steenkool is veruit de meest vervuilende vorm van energieopwekking. Door de steeds toenemende uitbating van het schaliegas en -olie in de VS is er een overschot op de wereldmarkten ontstaan van steenkool, en dus een nóg lagere productieprijs. We zien dan ook dat ondanks hun kernuitstap de groothandelsprijs voor elektriciteit in Duitsland lager ligt dan de Belgische.

 

Met z’n allen aan de steenkool dan maar?

 

Economisch gezien zou het dus evident zijn om massaal steenkoolcentrales te bouwen in België, maar de regering wijst die vergunningen steevast af. Dat ze vervolgens een paar kilometer over de grens in Nederland en Duitsland toch gebouwd worden is het beste bewijs dat deze problematiek op Europees vlak moet aangepakt worden, niet op de schaal van een landje zoals België.

 

Terug  naar de essentie: zolang steenkool zo goedkoop blijft zullen producenten nooit investeren in duurdere (en properdere) technologieën. Als ons energiebeleid dus effectief steenkool blijft afzweren is er op korte termijn geen andere oplossing dan dat de energieprijs omhoog moet gaan.

 

De steenkoolcentrales afzweren kan overigens op 2 manieren:

 

  • Vergunningen weigeren, maar dat is enkel een oplossing voor nieuwe centrales
  • Vervuiling belasten via CO2-certificaten bijvoorbeeld, maar daarvoor moet op Europese schaal de markt van de CO2-certificaten opnieuw bekeken worden want vandaag zijn die veel te goedkoop en mist de belasting zijn effect.

 

Een laatste bijzonder belangrijke component van de energiefactuur zijn de netkosten. Die zijn exorbitant hoog voor een klein en dichtbevolkt landje zoals België, en het net is hopeloos verouderd. Een grondige sanering in de werkingskosten, consolidatie om schaalvoordelen te creëren en stevige investeringen om het net te kunnen integreren in een modern Europees net zijn cruciaal.

 

Conclusie: hoe kunnen we op korte en op langere termijn een degelijk Belgisch energiebeleid uitstippelen?

 

De doelstelling van ons energiebeleid moet het volgende zijn:

 

  • We moeten met z’n allen minder verbruiken
  • Wat we toch verbruiken moet op zo’n proper mogelijke manier opgewekt worden
  • Wie vervuilt, betaalt
  • Daarnaast moet er ook voor meer aandacht gaan naar het hergebruiken van warmte: warmtenetten voor verwarming en WKK

 

Daarnaast willen we ook in een Europees kader de competitiviteit van onze bedrijven vrijwaren. De energiefactuur moet daarom per marktsegment op een verschillende manier evolueren:

 

  • Voor consumenten en kleine KMO’s mag de energiekost omhoog, maar moet er hulp zijn om het verbruik te verminderen
  • Voor industriële KMO’s moet de energiefactuur op een competitief niveau zijn ten opzichte van onze buurlanden, niet hoger, niet lager
  • De zwaarverbruikende industrie en grote industrieparken moeten (gesteund) investeren in hun eigen productiepark en daardoor een voordeel ten opzichte van de ons omringende buurlanden creëren.

 

Mijn beleid heeft een verschillende focus op elk van de componenten van een elektriciteitsfactuur.

 

De energieprijs moet omhoog

 

De energieprijs (blauwe component in de bovenste twee taartdiagrammen) moet omhoog. Daarmee worden STEG-centrales opnieuw rendabel én heeft hernieuwbare energie (zon, wind, biomassa) geen of minder nood aan subsidiëring.

 

De energieprijs omhoog drijven kan door belasting van vervuiling met CO2-certificaten. Deze belasting moet dienen als subsidie voor hernieuwbaar: hoe minder belastingen uit vervuiling, hoe minder nood aan subsidiëring voor hernieuwbaar.

 

De netkosten moeten omlaag

 

Grondige sanering van de werkingskosten van de netbeheerders om ruimte te maken om te investeren. De investeringen moeten gedragen worden door alle Belgen, niet enkel zij die verbruiken. De financiering hiervan dient dus niet via de netkosten te gebeuren, maar volgens een andere belasting. Mogelijke uitzondering: grote industriën en bedrijfsparken die eigen productie en net hebben dienen vooral zichzelf te financieren, niet de rest.

 

De taksen moeten anders

 

Hoe meer je verbruikt, hoe meer je betaalt. Hoe meer vervuilend je produceert, hoe meer je betaalt. Sociale correcties zijn voor consumenten belangrijk.

 

Subsidies moeten anders

 

Subsidies moeten als objectief hebben om de maatschappelijke kosten te drukken. Als de maatschappelijke kosten ook in rechtstreeks verband staan met de verbruikskosten (door vervuilingsbelasting bijvoorbeeld) dan zullen de doelen van de overheid en van de verbruikers automatisch op 1 lijn komen te staan. Misbruik zoals bij de PV-installaties zou dan in principe vermeden moeten worden. Grote vrijstellingen op de bijdrage van Groenestroomcertificaten die de +20.000 MWh industrie vandaag geniet hebben geen enkel verband met de maatschappelijke kost van hun energieverbruik en moeten er dus ook uit, ten voordele van ondersteuning van eigen productie.

 

Europese integratie

 

Tot slot moet de Europese overheid snel en doortastend optreden. Een klein landje als België kan geen verandering brengen als de rest van Europa en bij extensie de wereld niet meedoet. Duurzaamheid moet maximaal gerealiseerd worden waar het economisch gezien het meest rendabel is (zon en wind horen thuis in de Sahara, niet in België) en mondiale interconnecties moeten zorgen voor het energietransport. Interconnectie van de landelijke netten als vangnet bij energieschaarste kan een mooi project zijn. Daarvoor mag ook een heffing komen die de financiering van intercontinentale transportlijnen financiert.

 

 

 

Akkoord of net niet op een van de onderdelen? Deel je gedachten in de comments hieronder!