Kerncentrales open energie

Een switch naar duurzame, betaalbare en betrouwbare energie is zonder meer nodig, maar heeft wel een stevige maatschappelijke impact. Investeringen zijn strikt noodzakelijk om de gemaakte keuzes te kunnen betalen.

 

Enkele pragende vragen over onze energievoorziening

 

Nu is de vraag natuurlijk of de keuzes wel voldoende cijfermatig onderbouwd zijn? Begin dit jaar publiceerde EnergyVille alvast een studie die een antwoord trachtte te geven op de volgende vragen: 1) Hoe ziet onze elektriciteitsproductie eruit in 2020, rekening houdend met de huidige politieke beslissingen? 2) Hoe ziet de Belgische elektriciteitsproductie eruit in 2030, rekening houdend met de meest recente technologische ontwikkelingen? en 3) Welke impact hebben mogelijke politieke keuzes op de gerelateerde kost van de energietransitie?

 

 

De berekeningen werden gemaakt op basis van het huidige beleid en volgens het EnergyVille TIMES model, een model dat de meest kostenefficiënte oplossing zoekt om aan de energiebehoefte te voldoen.

 

Hernieuwbare energie groeit stevig door

 

De resultaten tonen alvast aan dat de hernieuwbare energieproductie tegen 2030 verdrievoudigt. 50% van de in België geproduceerde energie zal dan duurzaam zijn. De aardgasproductie blijft min of meer op hetzelfde niveau, wat de nodige investeringen in nieuwe centrales en een verbetering van de interconnectiviteit met de buurlanden vereist.

 

Langer openhouden van kerncentrales is geen oplossing

 

De jaarlijkse kost van het elektriciteitssysteem is in 2030 in het nucleaire extensie scenario, zo’n 10% lager dan in het centrale scenario. Dit verschil zit hem in lagere aardgaskosten. De investeringen die moeten gebeuren tussen nu en 2030 blijven op een gelijk niveau, met verschuiving van nieuwe gascentrales in het centrale naar het langer open houden van nucleaire centrales in het extensie scenario.

 

De verdere, kostenefficiënte groei van hernieuwbare productie maakt echter dat we ook na 2030 meer nood hebben aan flexibiliteit in vraag en productie. Die kan geleverd worden door vraagsturing, gascentrales en opslag, maar niet door de bestaande kerncentrales.

 

 

De studie geeft de volgende resultaten, die een mogelijk actieplan vormen voor een toekomstig federaal energiepact, met name een duurzaam energiesysteem tegen minimale kostprijs voor de maatschappij:

 

 

– Hernieuwbare energie

 

o Wind op zee: volledige uitbouw van reeds bestaande concessies. Groei van 0,8 GW in 2016 naar 2,2 GW tegen 2025

 

o Wind op land: groei van 1,5 GW in 2016 tot 8,6 GW tegen 2030

 

o Zonnepanelen: groei van 3 GW in 2016 tot 7,9 GW tegen 2030

 

 

Gascentrales: investeringen in vervanging van oude centrales en in nieuwe centrales zijn nodig, maar het aantal draaiuren blijft tot 2025 eerder beperkt. Na sluiting van de nucleaire centrales stijgt hun aantal draaiuren aanzienlijk (tot meer dan 5300 uren op jaarbasis) en neemt de rendabiliteit toe.

 

 

Interconnectie: geplande uitbreiding van interconnecties met het buitenland van 3,5 naar 6,5 GW energie-import in 2020 is nodig en zorgt er voor dat de prijs hoe langer hoe meer in een Europese context bepaald wordt.

 

 

Concreet wil dit dus eigenlijk zeggen dat we perfect aan onze energiebehoeften kunnen voldoend zonder de kerncentrales langer op te houden. Meer nog, het langer open houden van deze centrales zou ten koste gaan van hernieuwbare energie. Een vloek of een zegen?

 

 

Bron: VRT NWS